B7 OCPP 1.6 Commerciële AC-lader
Specificaties voor de B7 OCPP 1.6 commerciële AC-lader
Technische parametertabel
Inhoud van de verpakking
Om er zeker van te zijn dat alle onderdelen conform bestelling worden geleverd, controleer dan de verpakking van de onderdelen hieronder.
Veiligheids- en installatiehandleiding
Veiligheid en waarschuwingen
(Lees alle instructies aandachtig door voordat u het laadstation installeert of gebruikt.)
1. Milieuveiligheidseisen
• Het gebied waar de laadpaal wordt geïnstalleerd en gebruikt, moet uit de buurt zijn van explosieve/brandbare materialen, chemicaliën, stoom en andere gevaarlijke stoffen.
• Houd de laadpaal en de omgeving droog. Als de aansluiting of het oppervlak van de apparatuur vervuild is, veeg deze dan af met een droge en schone doek.
2. Specificaties voor installatie en bedrading van de apparatuur
• Schakel de voedingsspanning volledig uit voordat u gaat bedraden om te voorkomen dat er spanning op het apparaat komt te staan.
• De aardingsaansluiting van de laadpaal moet stevig en betrouwbaar geaard zijn om elektrische schokken te voorkomen. Het is verboden om metalen voorwerpen zoals bouten en pakkingen in de laadpaal achter te laten om kortsluiting of brand te voorkomen.
• Installatie, bedrading en aanpassingen moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerde elektrotechnische professionals.
3. Specificaties voor operationele veiligheid
Het is ten strengste verboden de geleidende delen van het stopcontact of de stekker aan te raken en de stroomvoerende interface los te koppelen tijdens het opladen.
• Zorg ervoor dat het elektrische voertuig stilstaat tijdens het opladen; bij hybride modellen moet de motor worden uitgeschakeld voordat er wordt opgeladen.
4. Controle van de apparatuurstatus
• Gebruik geen laadapparatuur met defecten, scheuren, slijtage of blootliggende geleiders.
• Controleer regelmatig het uiterlijk en de integriteit van de aansluitingen van de laadpaal en stop onmiddellijk met het gebruik ervan als er afwijkingen worden geconstateerd.
5. Regelgeving inzake onderhoud en aanpassingen
Het is niet-professionals ten strengste verboden om laadpalen te demonteren, repareren of aanpassen.
• Als de apparatuur defect raakt of een storing vertoont, moeten professionele technici worden gecontacteerd voor reparatie.
6. Noodmaatregelen
• Bij een storing (zoals een abnormaal geluid, rookontwikkeling, oververhitting, enz.) dient u onmiddellijk alle in- en uitgaande stroomtoevoeren te onderbreken.
• Volg in geval van nood het noodplan en neem contact op met professionele technici voor reparatie.
7. Eisen inzake milieubescherming
• Laadpalen moeten voorzien zijn van regen- en bliksembeveiligingsmaatregelen om blootstelling aan extreme weersomstandigheden te voorkomen.
• Bij installatie buitenshuis moet worden voldaan aan de IP-beschermingsnormen om de waterdichtheid van de apparatuur te garanderen.
8. Personeelsveiligheidsmanagement
• Minderjarigen of personen met een beperkt gedragsvermogen mogen het gebied waar de laadpaal in werking is niet betreden.
• Operators moeten een veiligheidstraining volgen en bekend zijn met risicobeheersingsmethoden zoals elektrische schokken en brand.
9. Specificaties voor het opladen
• Controleer vóór het opladen of het voertuig en het laadstation compatibel zijn en volg de gebruiksaanwijzing van de fabrikant.
• Voorkom frequent starten en stoppen van de apparatuur tijdens het laden om de continuïteit van het proces te waarborgen.
10. Regelmatig onderhoud en aansprakelijkheidsverklaring
Het wordt aanbevolen om minstens één keer per week veiligheidscontroles uit te voeren, waaronder aardingscontrole, kabelstatuscontrole en functioneringstests van de apparatuur.
• Alle onderhoudswerkzaamheden moeten voldoen aan de lokale, regionale en nationale voorschriften voor elektrische veiligheid.
• De fabrikant is niet verantwoordelijk voor de gevolgen van onprofessioneel gebruik, onrechtmatig gebruik of het niet naleven van de onderhoudsvoorschriften.
*Bijlage: Definitie van gekwalificeerd personeel
Verwijst naar technici die gekwalificeerd zijn voor de installatie en het onderhoud van elektrische apparatuur, een professionele veiligheidstraining hebben gevolgd en bekend zijn met de relevante wet- en regelgeving en risicopreventie.en controle.
Specificatietabel voor AC-ingangskabels
Voorzorgsmaatregelen
1. Beschrijving van de kabelstructuur:
Eenfasig systeem: 3xA staat voor de combinatie van fasedraad (L), nuldraad (N) en aarddraad (PE).
Driefasensysteem: 3xA of 3xA+2xB staat voor de combinatie van drie fasedraden (L1/L2/L3), nuldraad (N) en aarddraad (PE).
2. Spanningsval en lengte:
Als de kabellengte meer dan 50 meter bedraagt, moet de draaddiameter worden vergroot om ervoor te zorgen dat de spanningsval 55% bedraagt.
3. Specificatie van de aardingsdraad:
De doorsnede van de aardingsdraad (PE) moet aan de volgende eisen voldoen:
Als de fasedraad ≤16mm2 is, is de aardingsdraad gelijk aan of groter dan de fasedraad;
Als de fasedraad groter is dan 16 mm², is de aardingsdraad groter dan de helft van de fasedraad.
Installatiestappen
Controlelijst vóór het inschakelen
Controle van de installatie-integriteit
• Controleer of de laadpaal stevig vastzit en of er geen vuil op de bovenkant ligt.
• Controleer nogmaals of de stroomkabel correct is aangesloten om er zeker van te zijn dat er geen blootliggende draden zijn.
draden of losse interfaces.
• Nadat de installatie is voltooid, dient u de laadpaalapparatuur te vergrendelen met het juiste gereedschap.
(Zie afbeelding 1)
Functionele veiligheidsbevestiging
• De beveiligingsvoorzieningen (stroomonderbrekers, aardingsvoorzieningen) zijn correct geïnstalleerd en ingeschakeld.
• Voltooi de basisinstellingen (zoals laadmodus, toegangsbeheer, enz.) via
het programma voor de besturing van de laadpaal.
Configuratie- en bedieningsinstructies
4.1 Controle bij inschakelen: Controleer opnieuw volgens 3.4 "Vóór inschakelen".
"Checklist" vóór de eerste keer inschakelen.
4.2 Gebruikersinterface Bedieningshandleiding
4.3. Veiligheidsvoorschriften voor het laden
4.3.1. Bedieningsverboden
Het is ten strengste verboden om de connector tijdens het opladen met geweld los te koppelen.
Het is verboden de stekker/connector met natte handen te bedienen!
! Houd de oplaadpoort droog en schoon tijdens het opladen.
Stop het gebruik onmiddellijk in geval van abnormale omstandigheden (rook/abnormaal geluid/oververhitting, enz.).
4.3.2. Standaard werkprocedure
(1) Start van het opladen
Verwijder het apparaat: Trek de laadconnector voorzichtig uit de EV-laadpoort.
2. Aansluiten: Steek de connector verticaal in de laadpoort van het voertuig totdat deze vastklikt.
3. Controleren: Controleer of het groene indicatielampje knippert (gereed).
Authenticatie: Begin op drie manieren: kaart doorhalen/code scannen via de app/aansluiten en opladen
(2) Laadstop
Veeg de kaart nogmaals om het opladen te stoppen: Veeg de kaart nogmaals om het opladen te stoppen.
2APP-bediening: Stop op afstand via de app
3 Noodstop: Houd de noodstopknop 3 seconden ingedrukt (alleen in noodsituaties)
4.3.3. Abnormaal gebruik en onderhoud
Opladen mislukt: controleer of de laadfunctie van het voertuig is geactiveerd.
2nonderbreking: Controleer of de oplaadconnector goed vastgeklikt zit.
3. Abnormaal indicatielampje: Noteer de statuscode en neem contact op met de klantenservice.
Opmerking: Raadpleeg pagina 14 van de handleiding voor een gedetailleerde beschrijving van de storing. 4.4 Gedetailleerde uitleg van
Laadstatusindicator. Het is raadzaam de contactgegevens van de klantenservice te bewaren.
servicecentrum op een opvallende plek op het apparaat.








